Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[gedaagde 1] v.o.f. te [plaats] ,
[gedaagde 2]te [plaats] ,
[gedaagde 3]te [plaats] ,
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een kort geding waarin eiseres, een voormalige werknemer van een v.o.f., vordert dat het conservatoir eigenbeslag dat door de v.o.f. op haar is gelegd, wordt opgeheven. De v.o.f. had beslag gelegd wegens een vordering van ruim €33.000,- wegens vermeende verduistering van contante betalingen door eiseres.
Eiseres was sinds 2018 in dienst en haar arbeidsovereenkomst werd in 2020 ontbonden. Diverse procedures liepen tussen partijen, waarbij de v.o.f. op grond van onherroepelijke uitspraken minstens €30.000,- aan eiseres verschuldigd is, onder meer voor niet betaald loon en vergoedingen. De kantonrechter wees de vordering van de v.o.f. tot schadevergoeding wegens verduistering af wegens onvoldoende onderbouwing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ook in dit kort geding de vordering van de v.o.f. onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Het door de v.o.f. overgelegde rapport en de overzichten bieden geen overtuigend bewijs dat eiseres de kortingen heeft ingevoerd en verduisterd. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat de v.o.f. pas na anderhalf jaar de vermeende verduistering ontdekte.
De belangenafweging leidt tot opheffing van het beslag, mede omdat eiseres recht heeft op aanzienlijke bedragen van de v.o.f. en het beslag haar belangen onevenredig schaadt. De v.o.f. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir eigenbeslag wordt opgeheven wegens ondeugdelijke vordering en belangenafweging in het voordeel van eiseres.