ECLI:NL:RBDHA:2022:14111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische asielzoeker, verzocht Nederland om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van asiel. Nederland weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat op basis van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Italië heeft het verzoek tot overname geaccepteerd.
Eiser stelde dat Italië zich niet langer aan haar internationale verplichtingen houdt en dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Hij baseerde dit op de explosief toegenomen instroom van asielzoekers in Italië en de verwachting dat de nieuwe rechtse regering de opvang en rechtspositie van asielzoekers zal verslechteren.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Italië niet langer aan zijn verplichtingen voldoet. De stellingen van eiser werden niet met bewijs onderbouwd en zijn vrees werd als speculatief beoordeeld. Daarnaast is niet gebleken dat het klagen bij Italiaanse autoriteiten zinloos is.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van Nederland om zijn asielaanvraag in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.