ECLI:NL:RBDHA:2022:14127
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing executie echtscheidingsbeschikking kinderalimentatie
Partijen zijn voormalige echtelieden en ouders van vier minderjarige kinderen. Bij beschikking van 20 juni 2022 is de echtscheiding uitgesproken, waarbij de man kinderalimentatie van €131 per maand per kind moet betalen. De man is in hoger beroep gegaan en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid van de alimentatie.
De man heeft een betalingsachterstand opgebouwd en het LBIO ingeschakeld voor inning, met dreiging van loonbeslag. Hij vordert in kort geding schorsing van de executie van de alimentatiebetaling. De voorzieningenrechter stelt dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is en dat er geen juridische of feitelijke misslag is.
De man voert financiële nood aan, maar dit is volgens de rechter vooral het gevolg van eigen keuzes, zoals het huren van een duurdere woning, minder uren werken en privégebruik van een leaseauto met hoge fiscale bijtelling. Deze omstandigheden kunnen geen grond vormen voor schorsing.
De belangenafweging weegt zwaar in het voordeel van de vrouw, die grotendeels alleen voor de kinderen zorgt en de kosten draagt. De vordering tot schorsing wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van de kinderalimentatie wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.