Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[gedaagde sub 2], handelend onder de naam
[Handelsnaam gedaagde sub 2] ,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 26 oktober 2022 een herstelvonnis gewezen betreffende een eerder vonnis van 19 oktober 2022. Het verzoek tot verbetering werd ingediend door een partij handelend onder een handelsnaam, die stelde dat de rechtbank een kennelijke fout had gemaakt door te spreken van een dagvaardingstermijn van zes weken, terwijl dit niet mogelijk was in de gegeven procedurele context.
De rechtbank heeft de betrokken partijen in de gelegenheid gesteld om zich over het verzoek uit te laten, waarna gezamenlijk werd erkend dat sprake was van een kennelijke fout in het vonnis. De rechtbank oordeelde dat de fout eenvoudig te herstellen was door de term 'dagvaardingstermijn' te wijzigen in 'termijn waartegen Flacktek ter terechtzitting moet worden gedagvaard'.
Het herstelvonnis wijzigde daarom het vonnis van 19 oktober 2022 op dit punt en bepaalde dat deze verbetering op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld. Tevens werd bepaald dat partijen de ontvangen stukken van het vonnis na ontvangst van het herstelvonnis aan de griffie retourneren.
Het vonnis is gewezen door de rechters M.E. Kokke en J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2022.
Uitkomst: De rechtbank herstelt een kennelijke fout in het vonnis van 19 oktober 2022 door de term 'dagvaardingstermijn' te corrigeren naar 'termijn waartegen dagvaarding moet plaatsvinden'.