ECLI:NL:RBDHA:2022:14217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Marokkaanse verzoeker als kennelijk ongegrond
Eiser, een Marokkaanse nationaliteithebbende, diende op 2 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in, stellende dat hij in Marokko op straat leefde zonder familie of vrienden en vreest voor ernstige materiële deprivatie bij terugkeer.
Verweerder wees de aanvraag op 18 november 2022 af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b Vreemdelingenwet 2000, omdat de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn, maar zijn omstandigheden sociaaleconomisch en niet relevant voor asielbescherming. Tevens is Marokko een veilig land van herkomst en is eiser Nederland onrechtmatig binnengekomen zonder zijn asielwens direct kenbaar te maken.
Eiser voerde aan dat tijdens het gehoor onvoldoende doorgevraagd is naar zijn armoede en dat Marokko voor hem persoonlijk onveilig is. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende gelegenheid had zijn verhaal te doen en dat zijn stellingen onvoldoende onderbouwd zijn om bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht is afgewezen als kennelijk ongegrond en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.