ECLI:NL:RBDHA:2022:14219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien de uitspraak van dezelfde rechtbank in een aanverwante zaak (zaaknummer NL22.23641) is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en griffier W. van Loon, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen.