De officier van justitie startte op 7 juli 2022 met de voorbereiding van een zorgmachtiging. Op verzoek van de betrokkene werd de voorbereiding op 15 juli 2022 voor twee weken geschorst om een eigen plan van aanpak op te stellen, waardoor de beslistermijn verlengd werd tot 18 augustus 2022. Het verzoek tot zorgmachtiging werd uiteindelijk op 19 augustus 2022 ingediend, één dag na het verstrijken van de termijn.
Verzoeker stelde dat deze termijnoverschrijding van 15 dagen leidde tot spanning en frustratie en vorderde een schadevergoeding van €300. Verweerder stelde dat de schorsing de termijn verlengde tot zes weken en dat de overschrijding beperkt bleef tot één dag.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van één dag weliswaar een verzuim opleverde, maar dat de geringe duur en het ontbreken van aantoonbare schade geen aanleiding geven tot toekenning van een schadevergoeding. De rechtbank wees het verzoek daarom af en volstond met de constatering van het verzuim.