Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
, althans (een) ander(en)heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (in totaal ongeveer EUR 35.255,-) en/of een of meer telefoons, althans enig goed, en/of tot het aangaan van een of meer schuld(en), bestaande uit het afsluiten van een of meer telefoonabonnementen, immers heeft hij, verdachte, met voormeld oogmerk, valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid tegen die [slachtoffer 5]
, althans (een) ander(en)gezegd dat:
, althans (een) ander(en)werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
3.De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
4.De bewijsbeslissing
Als ik nog een keer op internet verhalen zie pleur ik alles vol”niet bedreigend is, dus dat dit onderdeel niet bewezen kan worden verklaard. Indien en voor zover relevant, zal hieronder nader op het betoog van de officier van justitie worden ingegaan.
(de rechtbank begrijpt [slachtoffer 2] )weer gebeld op haar telefoon door een anoniem nummer. Toen zij opnam hoorde ze dat het [verdachte] weer was. In dit gesprek zei [verdachte] dat hij mij de strot zou afsnijden. [slachtoffer 2] heeft het telefoongesprek opgenomen en mij laten horen. Ik hoorde toen inderdaad dat hij zei: “Als er met mij wat gebeurt, ga ik je slopen en dat dat ventje van je, [slachtoffer 1] , zal ik de strot afsnijden.” Ook hoorde ik hem zeggen in dit telefoongesprek: “Als ik hem zie vermoord ik hem, die graftak. Als ik nog een onbekend belletje van hem krijg, sloop ik hem.” Door deze woorden voelde ik mij bedreigd.
Als ik nog een keer op internet verhalen zie pleur ik alles vol”naar zijn aard niet bedreigend is. Daarvan zal de verdachte worden vrijgesproken.
[betaalverkeer]
wederrechtelijkeinbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. De contacten in de periode van 10 januari 2019 tot 20 mei 2019, waarvan wel duidelijk is dat de aangeefster die niet wilde, zijn onvoldoende om aan te nemen dat sprake was van een
stelselmatigeinbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Het tweemaal telefonisch contact opnemen met de aangeefster is daarvoor onvoldoende.
van18 maart 2018 tot en met 28 maart 2018 te Voorhout en Noordwijk, althans in Nederland, met het oogmerk om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen (in totaal EUR 10.000,-), immers heeft hij, verdachte, met voormeld oogmerk, bedrieglijk en in strijd met de waarheid tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat:
van1 maart 2013 tot en met 6 januari 2014 Drachten, gemeente Smallingerland, met het oogmerk om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 5], heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen (in totaal EUR
16.645,-, immers heeft hij, verdachte, met voormeld oogmerk, bedrieglijk en in strijd met de waarheid tegen die [slachtoffer 5] , gezegd dat:
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vorderingen van de benadeelde partijen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
taakstrafvoor de tijd van
160 (honderdzestig) UREN;
80 (tachtig) DAGEN;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) MAANDEN;
nietzal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
één jaarvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;