ECLI:NL:RBDHA:2022:1426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Boven - Hartogh
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 17 februari 2022 behandeld, waarbij partijen niet verschenen.
Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser sinds 8 januari 2022 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. De gemachtigde bevestigde dit en gaf aan niet te weten waar eiser verblijft, waardoor hij ook niet ter zitting verscheen.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk verzocht. Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en onbekend is waar hij verblijft, oordeelt de rechtbank dat hij geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan op 17 februari 2022 en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.