ECLI:NL:RBDHA:2022:14282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opschorting omgangsregeling vader-kinderen en afwijzing bijzondere curator
De gecertificeerde instelling verzocht de kinderrechter om de omgangsregeling tussen de vader en zijn kinderen op te schorten en een bijzondere curator te benoemen vanwege zorgen over de veiligheid van de kinderen en de psychische gesteldheid van de vader.
De vader vertoonde onvoorspelbaar gedrag en deed suïcidale uitspraken, waaronder een dreiging met zelfdoding op zijn vijftigste verjaardag, die samenvalt met de geplande omgangsperiode. De gecertificeerde instelling kon geen contact met de vader krijgen, waardoor de veiligheid van de kinderen niet kon worden gegarandeerd.
De kinderrechter oordeelde dat er geen sprake was van belangenverstrengeling tussen vader en kinderen, zodat een bijzondere curator niet noodzakelijk was. Wel werd de omgangsregeling opgeschort tot het einde van de ondertoezichtstelling, met de regie over het herstarten van de omgang bij de gecertificeerde instelling.
De vader werd aangespoord om zich open te stellen voor hulpverlening en samen te werken met de gecertificeerde instelling, waarbij bijzondere aandacht moest worden besteed aan zijn psychische gesteldheid en de impact daarvan op de kinderen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De omgangsregeling tussen vader en kinderen wordt opgeschort tot het einde van de ondertoezichtstelling en het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen.