ECLI:NL:RBDHA:2022:14284
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ambtshalve uitschrijving minderjarige uit BRP
De rechtbank Den Haag behandelde op 14 november 2022 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een minderjarige ambtshalve uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen (BRP). De minderjarige verbleef sinds maart 2022 feitelijk bij zijn vader in Frankrijk, waar ook een machtiging tot uithuisplaatsing was afgegeven door de kinderrechter.
Verzoeker voerde aan dat de uitschrijving onterecht was omdat de minderjarige na 12 september 2022 weer bij zijn moeder zou verblijven en dat de periode van verblijf in Frankrijk deels het gevolg was van ontvoering door de vader. Daarnaast stelde verzoeker dat de uitschrijving onevenredig zware gevolgen had, zoals het verlies van de verblijfsvergunning en het kindgebonden budget.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het feitelijke verblijf in het buitenland leidde tot een rechtmatige ambtshalve uitschrijving, waarbij niet vereist is dat de periode aaneengesloten is of binnen een kalenderjaar valt. Er waren geen onomkeerbare gevolgen aangetoond en de procedure op bezwaar was al gestart. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman en griffier B.D.A. Mantingh. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP wordt afgewezen.