ECLI:NL:RBDHA:2022:14289
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bedrijfsparkeervergunning wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een aanvraag voor een bedrijfsparkeervergunning ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen bij besluit van 11 november 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft besloten het verzoek niet inhoudelijk te behandelen en het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen. Het argument van verzoeker dat als advocaat bij piketmeldingen binnen twee uur op het politiebureau aanwezig moet zijn, werd onvoldoende geacht om het spoedeisend belang aan te tonen. Ook het feit dat reizen met het openbaar vervoer tot vertraging leidt, weegt niet zwaar genoeg. Verzoeker wordt gewezen op alternatieven zoals deelvoertuigvoorzieningen.
De uitspraak is gedaan op 12 december 2022 door voorzieningenrechter G.P. Kleijn en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.