ECLI:NL:RBDHA:2022:14327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Italië
Eiser, een Iraakse nationaliteit, heeft in 2014 in Italië internationale bescherming aangevraagd en geniet volgens de Nederlandse overheid nog steeds die bescherming. In 2022 diende hij een asielaanvraag in Nederland in, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van de Dublinverordening en de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser betwistte dit besluit omdat volgens hem de bescherming in Italië was verstreken. De rechtbank oordeelt echter dat het verlopen van een verblijfsdocument niet betekent dat de internationale beschermingsstatus is beëindigd, wat alleen kan na een individuele beoordeling. Uit onderzoek en correspondentie met Italiaanse autoriteiten blijkt dat eiser een geldige asielvergunning en vluchtelingenpaspoort bezit.
De rechtbank concludeert dat het niet onredelijk is dat eiser zich naar Italië begeeft en bevestigt dat hij daar internationale bescherming geniet. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië.