ECLI:NL:RBDHA:2022:14330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid biseksuele geaardheid en discotheekproblemen
Eiser, van Iraakse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van zijn biseksuele geaardheid en problemen die hij ondervond vanwege zijn werk in een discotheek. Eerder was zijn aanvraag afgewezen en dat vonnis was bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij het bestreden besluit van 13 juni 2022 werd zijn aanvraag opnieuw afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft tijdens de zitting vastgesteld dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke achtergrond van eiser, waaronder zijn moeilijke jeugd en ervaringen met verkrachting. Desondanks vond de rechtbank dat eiser onvoldoende diepgaand en geloofwaardig heeft verklaard over zijn seksuele geaardheid, waarbij zijn verklaringen voornamelijk seksueel van aard waren en hij ontwijkend was over belangrijke details.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de aanleiding van zijn problemen bij de discotheek en over zijn stam, waardoor zijn geloofwaardigheid verder werd ondermijnd. Gezien het ontbreken van een reëel risico bij uitzetting en het niet voldoen aan de gronden van het Vluchtelingenverdrag, werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn asielgronden.