ECLI:NL:RBDHA:2022:14332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet aannemelijke Oekraïense nationaliteit en niet-toepassing besluit- en vertrekmoratorium
Eiser, geboren in Armenië en woonachtig in Oekraïne, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde de Oekraïense nationaliteit te hebben verkregen en daardoor de Armeense nationaliteit te hebben verloren. Tevens voerde hij aan dat hij niet naar Oekraïne of Armenië kon terugkeren vanwege oorlog en traumatische ervaringen.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser niet aannemelijk had gemaakt de Oekraïense nationaliteit te bezitten en dat het besluit- en vertrekmoratorium niet van toepassing was. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond de verklaringen en documenten van eiser ongeloofwaardig. Tevens achtte de rechtbank aannemelijk dat eiser nog steeds de Armeense nationaliteit bezit.
De rechtbank overwoog dat het besluit- en vertrekmoratorium alleen geldt voor personen met de Oekraïense nationaliteit of bepaalde andere categorieën die niet op eiser van toepassing zijn. Omdat eiser niet voldeed aan deze voorwaarden, was de afwijzing terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt de Oekraïense nationaliteit te bezitten en het besluit- en vertrekmoratorium niet van toepassing is.