ECLI:NL:RBDHA:2022:14337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanmaningskosten terecht in rekening gebracht bij naheffingsaanslag BPM
Eiser maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van €17 die verweerder in rekening bracht na een naheffingsaanslag op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). De rechtbank oordeelt dat het uitstel van betaling verleend bij bezwaar vervalt na uitspraak op dat bezwaar en dat eiser geen afzonderlijk verzoek om uitstel bij beroep heeft ingediend.
Eiser stelde dat aanmaningskosten onrechtmatig zijn omdat het belastingbedrag nog niet definitief was vastgesteld en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank verwierp deze stellingen, onder meer omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en verweerder daarom van horen mocht afzien.
De rechtbank concludeert dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd en dat het geringe financiële belang van €17 geen vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanmaningskosten is ongegrond verklaard en vergoeding immateriële schade geweigerd.