ECLI:NL:RBDHA:2022:14341
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag BPM op basis van CO2-uitstoot en waardering auto
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM die was gebaseerd op een hogere CO2-uitstoot en een hogere handelsinkoopwaarde van zijn Audi A3 dan door hem gesteld. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde om aan te tonen dat de CO2-uitstoot lager was dan de gehanteerde 197 gr/km, mede omdat de door eiser overgelegde Audi-verklaring betrekking had op een ander voertuig.
Daarnaast stelde eiser dat een waardevermindering wegens schade moest worden toegepast, maar de rechtbank vond dat verweerder met het rapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) voldoende had gemotiveerd dat er geen sprake was van meer dan normale gebruikssporen. Eiser kon ook zijn nieuwe waardering niet onderbouwen.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was vastgesteld. Tevens werd geoordeeld dat de rechtbank niet verplicht was prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en dat het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel niet verder strekte dan de mogelijkheid om zich uit te laten over de naheffingsaanslag.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 21 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard.