ECLI:NL:RBDHA:2022:14347
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Oekraïense verzoeker
Verzoeker, van Oekraïense nationaliteit, had een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 7 juni 2022 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 29 juni 2022 samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL22.11144). Verzoeker was hierbij aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak op het hoofdberoep op dezelfde datum, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 15 juli 2022 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.