Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende op 9 augustus 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan België gedaan, dat werd geaccepteerd.
Eiser betwistte het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens België en stelde dat hij bij terugkeer risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro vanwege onvoldoende bescherming en zijn psychische klachten. Hij voerde aan dat België zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat een overdracht zijn gezondheid zou verslechteren.
De rechtbank oordeelde dat België in beginsel verantwoordelijk is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat België tekortschiet in zijn verplichtingen of dat er een reëel risico bestaat op een onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid. De medische klachten waren onvoldoende onderbouwd en verweerder hoefde geen advies van het Bureau Medische Advisering te vragen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.