ECLI:NL:RBDHA:2022:1437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse nationaliteit bezittende persoon, diende op 10 december 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, besloot op 30 december 2021 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld.
Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk een reëel risico loopt op strafrechtelijke vervolging door zijn ex-criminele partners en dat Nederland daarom de behandeling van zijn asielaanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde echter dat een mogelijke strafvervolging in Frankrijk de overdracht niet in de weg staat en dat Frankrijk zich aan haar verdragsverplichtingen zal houden.
De rechtbank overwoog dat eiser de mogelijkheid heeft om klachten in te dienen bij Franse autoriteiten indien zijn rechten worden geschonden en dat er geen aanwijzingen zijn dat Frankrijk hem niet adequaat zal beschermen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.