ECLI:NL:RBDHA:2022:14386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiser, geboren in 1977 en van Surinaamse nationaliteit, heeft sinds 2013 diverse verblijfsvergunningen gehad voor verblijf als familie- of gezinslid. Hij vroeg om wijziging van zijn verblijfsvergunning naar het doel 'niet-tijdelijke humanitaire gronden'. Verweerder wees dit af omdat eiser niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en niet vijf jaar onafgebroken als houder van een verblijfsvergunning voor familie- of gezinslid had verbleven.
In een aanvullend besluit liet verweerder het vereiste van vijf jaar aaneengesloten verblijf vallen, maar handhaafde het inburgeringsvereiste. Eiser stelde dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst en al lang in Nederland woont en werkt, en dat het niet behalen van het inburgeringsexamen onvoldoende reden is voor afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet was vrijgesteld of ontheven van het inburgeringsvereiste en dat het diploma NT2 programma 1 niet volstaat voor vrijstelling. Het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste leidt op grond van artikel 3.80a van het Vreemdelingenbesluit tot afwijzing van de aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat eiser een verzoek tot vrijstelling of ontheffing kan indienen, maar dat dit niet door verweerder in deze procedure wordt beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.