ECLI:NL:RBDHA:2022:14400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoekers, bestaande uit een verzoekster en haar minderjarige kinderen, hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Na een positief besluit van de Staatssecretaris om de inschrijving van verzoekster als burger van de Unie goed te keuren en aan verzoeker een verblijfsdocument EU/EER te verstrekken, trokken verzoekers hun beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening in. Zij verzochten vervolgens om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een tegemoetkoming aan de beroepen, aangezien de bestreden besluiten niet waren herroepen en het positieve besluit op een aparte aanvraag was genomen. Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 19 juli 2022 te Utrecht.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming aan het beroep.