ECLI:NL:RBDHA:2022:14402
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen verblijfsvergunning asiel ongegrond verklaard
Eiser, geboren in 1958, diende op 23 juni 2022 een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de aanvraag enkel was ondertekend zonder verdere invulling.
Eiser voerde aan dat hij de Oekraïense nationaliteit bezit en dat de aanvraag daarom niet buiten behandeling had mogen worden gesteld. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder niet hoefde uit te gaan van de Oekraïense nationaliteit, aangezien dit een kennelijke verschrijving betrof. Uit de stukken bleek dat eiser staatloos is en dit ook niet aannemelijk anders kon aantonen.
Verder had eiser de aanvraag niet ingevuld en geen zienswijze ingediend. Daarom was het buiten behandeling stellen terecht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 26 juli 2022 door rechter J.J. Catsburg.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.