ECLI:NL:RBDHA:2022:14459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning visum kort verblijf voor voorbereiding vestiging bij echtgenoot
Eiseres heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om haar partner in Nederland te bezoeken en zich voor te bereiden op vestiging, onder meer door het volgen van een inburgeringscursus. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing van de relatie, het niet aannemelijk maken van het vertrek na verblijf, en een vermeend gevaar voor de volksgezondheid.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het doel en de omstandigheden van het verblijf niet aannemelijk zijn. Eiseres heeft voldoende bewijs overgelegd, waaronder foto's, WhatsApp-gesprekken en vliegtickets, en is inmiddels gehuwd met haar partner. Verweerder heeft deze stukken niet adequaat betrokken in zijn beoordeling, wat leidt tot een motiveringsgebrek.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak en de gewijzigde omstandigheden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.