De verzoeker, een Iraanse nationaliteitdragende persoon, diende een opvolgende asielaanvraag in met als grondslag geloofsgroei. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 10 juni 2022 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 juli 2022 en besloot het verzoek toe te wijzen. De rechtbank schortte het bestreden besluit op en bepaalde dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het beroep loopt. Dit vanwege het belang van verzoeker om de uitkomst van het beroep in Nederland af te wachten en de lopende jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over opvolgende asielaanvragen met geloofsgroei.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.518,00, te betalen aan de rechtsbijstandverlener. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.