ECLI:NL:RBDHA:2022:14526
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terugkeerbevel zonder spoedeisend belang
Verzoekster, van onbekende nationaliteit, kreeg op 18 december 2021 een bevel opgelegd om onmiddellijk terug te keren naar Frankrijk. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar, dat op 11 februari 2022 kennelijk ongegrond werd verklaard. Zij stelde vervolgens beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank behandelde het verzoek op 30 mei 2022 en stelde vast dat verzoekster procesbelang had, aangezien nog onduidelijk was of zij hoger beroep had ingesteld tegen haar strafrechtelijke beslissing. Echter, het spoedeisend belang ontbrak omdat de strafzitting reeds had plaatsgevonden en verzoekster daarbij aanwezig was.
Daarom was een voorlopige voorziening niet noodzakelijk en werd het verzoek afgewezen. Tevens werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen. Bij de bodemuitspraak werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.