ECLI:NL:RBDHA:2022:14556
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang en verstrekkingen asielzoeker met medische zorgbehoefte
Verzoeker, een asielzoeker van Ethiopische nationaliteit met medische zorgbehoefte, kreeg te horen dat zijn opvang per 23 juni 2022 zou worden beëindigd op grond van een besluit van het COA, volgend op een negatieve beoordeling door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om zijn opvang en verstrekkingen te continueren.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker afhankelijk is van zorg en begeleiding in Koninklijke Visio, een expertisecentrum voor slechtzienden en blinden. Hoewel het COA stelde dat geen verplichting tot voortzetting van opvang bestond en dat noodzakelijke medische zorg ook na beëindiging verstrekkingen beschikbaar zou blijven, was onduidelijk of de opvang en zorg bij Koninklijke Visio konden worden voortgezet. De medische problematiek van verzoeker zou kunnen verergeren bij beëindiging van de opvang.
Gezien het grote belang van verzoeker en de onzekerheid over de gevolgen van beëindiging, en ondanks het feit dat het verzoek om voorlopige voorziening mogelijk laat was ingediend, gaf de voorzieningenrechter het belang van verzoeker zwaarder gewicht. Daarom werd een ordemaatregel getroffen die het COA verbiedt de opvang en verstrekkingen te beëindigen totdat de zaak inhoudelijk is behandeld en een uitspraak is gedaan.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt het COA de opvang en verstrekkingen aan verzoeker te beëindigen totdat de voorlopige voorziening inhoudelijk is behandeld en uitspraak is gedaan.