ECLI:NL:RBDHA:2022:14557

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 augustus 2022
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
NL22.13793
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring op grond van Vreemdelingenwet afgewezen

De eiser, met de Algerijnse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 13 mei 2022 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en verklaard rechtmatig tot het sluiten van het onderzoek op 6 juli 2022.

Eiser stelde dat de maatregel vanaf 6 juli 2022 onrechtmatig was geworden omdat het onderzoek naar zijn mobiele telefoon volgens hem al op 28 juni 2022 was afgerond, terwijl verweerder stelde dat dit op 5 juli 2022 was. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek op 5 juli 2022 was afgerond en dat een periode van twee dagen tot contact met vervolgonderzoek niet onredelijk was.

De rechtbank vond de maatregel vanaf 8 juli 2022 onrechtmatig en erkende het recht van eiser op schadevergoeding over de periode van 8 tot 15 juli 2022, welke vergoeding verweerder had aangeboden. Desondanks verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht zaaknummer: NL22.13793
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).

Procesverloop

Verweerder heeft op 13 mei 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Eiser heeft daar vervolgens op gereageerd.
Verweerder heeft op 15 juli 2022 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft het beroep op 1 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde waren niet aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Algerijnse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [1991] .
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 13 juli 2022 (in de zaak NL22.12292) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is. Het onderzoek in de zaak NL22.12292 is gesloten op 6 juli 2022.
4. Eiser stelt dat de maatregel van bewaring vanaf 6 juli 2022 onrechtmatig is geworden. Zijn mobiele telefoon moest worden uitgelezen, maar volgens eiser was dit onderzoek op 28 juni 2022 al afgerond. Nergens blijkt uit dat het onderzoek op 5 juli 2022 pas is voltooid, zoals verweerder heeft aangevoerd. Verweerder had dus al eerder contact op kunnen nemen met de Avim voor het starten van een vervolgonderzoek. Dat verweerder dat niet heeft gedaan, mag niet voor rekening van eiser worden gebracht.
5. De rechtbank volgt eiser hierin niet en overweegt daartoe het volgende. Uit het door verweerder overgelegde proces-verbaal van bevindingen van 5 juli 2022 blijkt dat het onderzoek naar de telefoon op die datum door de Avim is afgerond. Vervolgens heeft de regievoerder van DT&V op 7 juli 2022 contact opgenomen met de Avim om na te gaan of nog vervolgonderzoek zou worden verricht. De rechtbank is van oordeel dat deze periode van twee dagen niet onevenredig lang is geweest. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de bewaring al vanaf 6 juli 2022 onrechtmatig is geworden. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de maatregel op 8 juli 2022 onrechtmatig is geworden. Dit betekent dat eiser recht heeft op schadevergoeding over de periode 8 juli 2022 tot 15 juli 2022, de datum waarop de maatregel door verweerder is opgeheven. Die schadevergoeding heeft verweerder aangeboden.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken op:
16 augustus 2022
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.