ECLI:NL:RBDHA:2022:14587
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over overdracht asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek opvang minderjarige in Roemenië
Eiseres, een Eritrese vrouw, en haar zesjarige dochter dienden een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de beschikbaarheid van directe opvang voor eiseres en haar dochter in Roemenië, met name gezien het belang van het kind volgens artikel 3 van Pro het IVRK.
De rechtbank stelt vast dat de standaardprocedure in Roemenië inhoudt dat asielzoekers bij een opvolgende aanvraag de eerste vijf dagen in principe geen opvang krijgen, tenzij dit individueel wordt toegekend. Gezien de medische klachten van eiseres en de leeftijd van haar dochter is onmiddellijke opvang noodzakelijk. Verweerder had moeten nagaan of juridische bijstand en een tolk beschikbaar zijn om een directe opvangvoorziening te kunnen aanvragen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.