ECLI:NL:RBDHA:2022:14616
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij Dublinprocedure Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 9 augustus 2022, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.14095) die gelijktijdig werd gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.