ECLI:NL:RBDHA:2022:14618
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Eiser, een Turkse onderdaan, verbleef onrechtmatig in Nederland na het verlopen van zijn visum. Op 7 mei 2022 legde de staatssecretaris een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op. Eiser betwistte dit besluit en voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het beroep op het Besluit 1/80 en de standstill-bepaling, alsmede het ontbreken van een ernstige bedreiging voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht was opgelegd omdat eiser op dat moment geen rechtmatig verblijf had. Het beroep op de standstill-bepaling faalde omdat de aanvraag voor verblijf als zelfstandige pas na het terugkeerbesluit was ingediend. Ook was geen sprake van een bedreiging van de openbare orde.
Ten aanzien van het inreisverbod stelde eiser dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn bijzondere omstandigheden, zoals zijn familiebanden en ondernemerschap. De rechtbank constateerde dat verweerder het inreisverbod onvoldoende had gemotiveerd en niet had doorgevraagd naar deze omstandigheden, terwijl eiser niet werd bijgestaan door een advocaat tijdens het gehoor.
Daarom werd het inreisverbod vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Het beroep tegen het terugkeerbesluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldige voorbereiding, het terugkeerbesluit blijft in stand.