ECLI:NL:RBDHA:2022:14632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze is niet in behandeling genomen omdat volgens de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft tijdig een verzoek tot overname naar Spanje gestuurd, dat door Spanje is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat er gerechtvaardigd vertrouwen was dat Nederland zijn aanvraag zou behandelen en dat de situatie in Spanje onvoldoende opvangmogelijkheden kent, wat het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou doorbreken. De rechtbank oordeelt dat verweerder tijdig en correct heeft gehandeld binnen de termijnen van de Dublinverordening en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verder stelt eiser dat zijn medische en psychische situatie zodanig is verslechterd dat Nederland de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten behandelen. De rechtbank vindt dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om een uitzondering te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat verweerder terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.