ECLI:NL:RBDHA:2022:14644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende onderbouwing doel en omstandigheden verblijf
Eiser, een Surinaamse nationaliteit dragende persoon, diende op 15 januari 2022 een aanvraag in voor een visum kort verblijf om de bruiloft van zijn zus bij te wonen. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiser het doel en de omstandigheden van het verblijf niet aannemelijk had gemaakt met objectiveerbare bewijsstukken, zoals een uitnodiging of bewijs van familieband.
Eiser voerde in bezwaar aan dat hij het doel en de omstandigheden voldoende had onderbouwd en dat er geen sprake was van vestigingsgevaar, mede vanwege zijn economische binding met Suriname en eerdere terugkeer na reizen. Tevens stelde hij dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen objectiveerbare stukken heeft overgelegd die het doel van het verblijf of de familieband aannemelijk maken, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid was gesteld, ook in bezwaar. De rechtbank vond dat het horen in bezwaar mocht worden achterwege gelaten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.