Verzoekster heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door verweerder niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht op grond van de Dublinverordening. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening tegen het besluit en de voorgenomen overdracht aan Italië.
De voorzieningenrechter constateerde dat Italië op 2 maart 2022 akkoord is gegaan met de overname en dat de overdrachtstermijn op 2 september 2022 verloopt. Verweerder wilde verzoekster op 29 augustus 2022 overdragen, vóór de geplande zitting op 30 augustus 2022. Verzoekster stelde dat zij bijzonder kwetsbaar is vanwege medische problematiek als gevolg van drogering en verkrachting, wat nader onderzoek vereist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de korte termijn geen inhoudelijke behandeling toeliet, maar dat het belang van verzoekster bij een onderzoek en het voorkomen van overdracht zwaarder woog dan het belang van verweerder. Daarom werd het besluit geschorst en de overdracht aan Italië verboden totdat op het beroep is beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.