Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een voorgenomen presentatie bij een ambassademedewerker van de Nigeriaanse ambassade in Den Haag, omdat hij zich niet wil wenden tot de autoriteiten van zijn land van herkomst tijdens zijn asielprocedure. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die deze presentatie zou verbieden.
De voorzieningenrechter overwoog dat het arrest Gnandi niet inhoudt dat alle uitzettingshandelingen verboden zijn gedurende de hoger beroep fase waarin de terugkeerverplichting is opgeschort. Alleen handelingen die de effectiviteit van het rechtsmiddel aantasten zijn verboden. De presentatie bij de ambassade tast deze effectiviteit niet aan en verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij problemen ondervindt van de Nigeriaanse autoriteiten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar tegen de presentatie geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verzoeker heeft daardoor ook geen recht op proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.