ECLI:NL:RBDHA:2022:14691
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging familie- en gezinsleven bij afwijzing verblijfsvergunning
Eiser, met de Albanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel familie en gezin vanwege zijn vier kinderen met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat het familieleven met zijn kinderen beschermwaardig is op grond van artikel 8 EVRM Pro en dat de uitspraak van het Hof over het gezag over de minderjarige kinderen moet worden afgewacht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bestaan van een familie- en gezinsleven met de minderjarige kinderen aannam, maar dat het familieleven niet beschermwaardig was vanwege het langdurig ontbreken van contact. Verweerder had de familierechtelijke procedure betrokken in de belangenafweging en hoefde deze niet af te wachten. Ten aanzien van de meerderjarige kinderen stelde de rechtbank vast dat verweerder aanvankelijk geen belangenafweging had gemaakt, wat onjuist was.
Op zitting gaf verweerder alsnog een motivering dat ook het familieleven met de meerderjarige kinderen niet beschermwaardig is, omdat geen feitelijke invulling plaatsvindt en de meerderjarige kinderen geen contact zoeken. De rechtbank vond deze belangenafweging niet onredelijk en handhaafde het bestreden besluit met deze aanvulling.
Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het geen belangenafweging betrof voor de meerderjarige kinderen, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor het ontbreken van een belangenafweging voor meerderjarige kinderen, met handhaving van de rechtsgevolgen na aanvullende motivering.