ECLI:NL:RBDHA:2022:14692
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk na intrekking beroep bewaring vreemdeling
Op 31 juli 2022 heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeker op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, geregistreerd onder nummer NL22.14784. Vervolgens verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting kan worden afgewezen als het verzoek kennelijk onbevoegd of niet-ontvankelijk is. Omdat verzoeker het beroep tegen het bewaringbesluit op 8 augustus 2022 had ingetrokken, was er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Dijksterhuis op 30 augustus 2022 in Utrecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het beroep.