ECLI:NL:RBDHA:2022:14702
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken beroep
Verzoekster heeft bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke is afgewezen in het primaire besluit van 8 februari 2022. Tegen dit besluit maakte verzoekster bezwaar, maar dit bezwaar werd op 7 april 2022 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoekster geen beroep heeft ingesteld tegen het bestreden besluit. Volgens de geldende regels kan een verzoek om voorlopige voorziening alleen worden gedaan indien er een lopende beroepsprocedure is. Door het ontbreken van een beroep is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast heeft verzoekster verzocht om vergoeding van proceskosten, maar aangezien het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is, bestaat er geen grond voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de zaak op de stukken afgedaan. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroepsprocedure.