Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 7 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat de ophoudingstermijn was overschreden omdat hij meer dan tien uur was opgehouden voordat hij in bewaring werd gesteld.
De rechtbank oordeelde dat de ophoudingstermijn begint te lopen vanaf het moment van aankomst op de plaats bestemd voor verhoor. Eiser arriveerde om 14.45 uur en mocht daarom tot uiterlijk 20.45 uur worden opgehouden. De bewaring vond plaats om 20.00 uur, binnen de toegestane termijn.
Daarnaast werden de gronden voor bewaring beoordeeld. Verweerder stelde dat er concrete aanknopingspunten waren voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte slechts één lichte grond, welke door verweerder werd laten vallen. De overige gronden bleven onbetwist en rechtvaardigden de bewaring.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.