Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen bestreden besluit 1 en 2 ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Libische nationaliteit, betwist de rechtsgeldigheid van het aanvullend terugkeerbesluit van 7 augustus 2022. Dit besluit is een aanvulling op het terugkeerbesluit van 5 maart 2020, omdat het land van terugkeer daarin niet was vermeld. De rechtbank oordeelt dat het aanvullend terugkeerbesluit rechtsgeldig is, ondanks dat het verwijst naar het besluit van 14 juli 2020, waarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar het besluit van 5 maart 2020.
Daarnaast heeft de Staatssecretaris op dezelfde dag een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege risico's dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. Eiser betwist slechts twee van de gronden waarop de maatregel is gebaseerd, maar de rechtbank stelt vast dat de overige gronden voldoende zijn om de maatregel te dragen.
De rechtbank verklaart de beroepen tegen beide besluiten ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen het besluit tot bewaring kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld, tegen het aanvullend terugkeerbesluit binnen vier weken.
Uitkomst: De beroepen tegen het aanvullend terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.