Uitspraak
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
- de huurtransactie van de “ [adres 3] ” te [plaats 1] (oppervlakte 83 m²), per 1 juli 2020 verhuurd voor € 16.250 (€ 196 per m²);
- de huurtransactie van de “ [adres 1] ” te [plaats 2] (oppervlakte 99 m²), per 1 maart 2020 verhuurd voor € 15.600 (€ 158 per m²);
- de huurtransactie van de “ [adres 4] ” te [plaats 1] (oppervlakte 145 m²), per 6 april 2020 verhuurd voor € 15.600 (€ 108 per m²).
- [adres 1] [nummer 3] te [plaats 2] met een verkoopprijs van € 1.290.000 op 3 januari 2019, een bruto vloeroppervlakte van 667 m², een huurwaarde van € 80.578 (€ 1.934 per m²), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 16,0;
- [adres 3] [nummer 4] te [plaats 1] met een verkoopprijs van € 153.000 op 17 mei 2021, een bruto vloeroppervlakte van 83 m², een huurwaarde van € 14.082 (€ 1.843 per m²), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 10,9;
- [adres 5] [nummer 5] te [plaats 1] met een verkoopprijs van € 186.400 op 16 februari 2022, een bruto vloeroppervlakte van 163 m², een huurwaarde van € 19.257 (€ 1.144 per m²), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 9,7;
- [adres 6] [nummer 6] te [plaats 3] met een verkoopprijs van € 2.158.484 op 2 augustus 2021, een bruto vloeroppervlakte van 1.427 m², een huurwaarde van € 216.0578 (€ 1.934 per m²), resulterend in een afgeleide kapitalisatiefactor van 10,0.
Gelet op wat hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de waarden van het restaurant en de woning alsmede de daarop gebaseerde aanslagen niet te hoog zijn vastgesteld en zijn de beroepen ongegrond verklaard.