Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij een referent, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 15 april 2021 is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, waarop de Staatssecretaris niet tijdig heeft beslist, waarna eisers op 10 februari 2022 beroep instelden bij de rechtbank vanwege deze termijnoverschrijding.
Op 3 juni 2022 verklaarde de Staatssecretaris het bezwaar ongegrond en legde een dwangsom op, maar trok dit besluit op 26 september 2022 weer in. Eisers zijn het oneens met het uitblijven van een nieuwe beslissing en hebben de rechtbank verzocht uitspraak te doen zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat bij het intrekken van het besluit de beslistermijn al was verstreken, waardoor een ingebrekestelling niet nodig is. De rechtbank bepaalt dat de Staatssecretaris binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. Ondanks het verzoek om twaalf weken vanwege capaciteitsproblemen, acht de rechtbank acht weken voldoende gezien de reeds gemaakte belangenafweging en het ontbreken van een nieuw hoorgesprek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 bij verdere overschrijding. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit, en veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eisers.