ECLI:NL:RBDHA:2022:14806
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van zorg- en opvoedingstaken voor minderjarig kind met Nederlandse nationaliteit
Eiser, een Nigeriaanse vader, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez, stellende dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verricht voor zijn in Nederland geboren zoon met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van daadwerkelijke zorgtaken en een zodanige afhankelijkheidsrelatie met zijn kind dat het kind gedwongen zou zijn de EU te verlaten bij weigering van het verblijfsrecht.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de primaire zorg en opvoeding door de moeder wordt verzorgd en dat eiser slechts marginaal bijdraagt, zoals incidenteel ophalen van het kind en beperkte financiële bijdragen. De verklaringen van de moeder en andere getuigen waren inconsistent en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde stukken, waaronder foto’s en aankoopbonnen, geen bewijs vormen van daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een zodanige afhankelijkheidsrelatie heeft met zijn kind dat het kind gedwongen zou zijn de EU te verlaten indien aan eiser geen verblijfsrecht wordt toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende zorg- en opvoedingstaken voor zijn Nederlandse kind heeft aangetoond.