ECLI:NL:RBDHA:2022:14848
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 24 november 2021 waarbij hun aanvragen voor verblijfsvergunningen zijn afgewezen. Verzoeker vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij in Nederland kunnen blijven totdat de bezwaarprocedure is afgerond.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft geen verzet aangetekend tegen het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek als kennelijk gegrond beoordeeld en toegewezen voor zover verzoekers de uitkomst van de bezwaarprocedure in Nederland mogen afwachten.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 759,-, en tot vergoeding van het griffierecht van € 181,-. De uitzetting van verzoekers wordt geschorst tot na de bekendmaking van het besluit op bezwaar.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de uitzetting van verzoekers tot na de bezwaarprocedure.