Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, bestaande uit een vader, moeder en twee minderjarige zoontjes, werden geconfronteerd met een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege een concreet aanknopingspunt voor een overdracht op grond van de Dublinverordening en het risico dat zij zich aan toezicht zouden onttrekken. Eisers hebben beroep ingesteld tegen deze maatregel en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend.
De maatregel van bewaring werd op 5 september 2022 door verweerder opgeheven, waarna de rechtbank op 12 september 2022 de beroepen behandelde. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekwam. De rechtbank constateerde dat geen beroepsgronden tegen de maatregel waren ingediend en dat ambtshalve toetsing geen onregelmatigheden aan het licht bracht.
Eisers stelden dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van de minderjarige kinderen en dat een verzwaarde belangenafweging ontbrak. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder een verzwaarde belangenafweging had gemaakt, waarbij de sociale eenheid van het gezin was betrokken en dat de bewaring slechts zes dagen in een gesloten gezinsinstelling had plaatsgevonden. De rechtbank concludeerde dat de maatregel gerechtvaardigd was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.