ECLI:NL:RBDHA:2022:14867

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 september 2022
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
NL22.4465
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in asielprocedure

Verzoeker is op 16 maart 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn aanvraag in een asielprocedure. Pas op 24 augustus 2022 nam verweerder alsnog een beslissing. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten te veroordelen.

De rechtbank stelde vast dat verweerder niet had gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat werd opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een besluit nam, werd verzoeker in zijn proceskosten toegewezen.

De vergoeding werd vastgesteld op € 379,50, gebaseerd op een vast bedrag voor het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege het beperkte geschilpunt. Er werden geen aanvullende kosten erkend.

De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag, waarbij geen zitting werd gehouden omdat dit niet nodig werd geacht volgens artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 379,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.4465
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor eenzitting, omdat dat in deze zaakniet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
De rechtbank kan eenpartij de proceskosten vande tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
Verzoeker is op 16 maart 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 24 augustus 2022 heeft verweerder alsnog eenbeslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegenhet niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geenbezwaar tegenheeft om de proceskosten vanverzoeker te vergoeden.
Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker eenvergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit eenvast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen.
Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekendwordt € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag
van € 379,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 september 2022

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u eenbrief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet eenverzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag eenzitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.