ECLI:NL:RBDHA:2022:14867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in asielprocedure
Verzoeker is op 16 maart 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn aanvraag in een asielprocedure. Pas op 24 augustus 2022 nam verweerder alsnog een beslissing. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten te veroordelen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet had gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat werd opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een besluit nam, werd verzoeker in zijn proceskosten toegewezen.
De vergoeding werd vastgesteld op € 379,50, gebaseerd op een vast bedrag voor het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege het beperkte geschilpunt. Er werden geen aanvullende kosten erkend.
De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag, waarbij geen zitting werd gehouden omdat dit niet nodig werd geacht volgens artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 379,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.