ECLI:NL:RBDHA:2022:14872
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Denemarken wegens verlenging overdrachtstermijn
Verzoeker, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, is onderwerp van een geplande overdracht aan Denemarken op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de overdrachtstermijn verlengd tot 18 maanden omdat verzoeker zogenaamd ondergedoken zou zijn, wat door verzoeker wordt betwist. Verzoeker stelt dat de verlenging onterecht is en dat zijn asielaanvraag door Nederland moet worden behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het geschil over de juridische kwalificatie en grondslag van de verlenging niet in deze voorlopige voorziening kan worden behandeld en beperkt zich daarom tot een belangenafweging. Gezien het spoedeisende karakter en het risico dat verzoeker onterecht wordt overgedragen als de verlenging niet rechtsgeldig is, weegt het belang van verzoeker zwaarder dan dat van de staatssecretaris.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de overdracht aan Denemarken wordt verboden totdat de rechtbank inhoudelijk over het beroep heeft beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan Denemarken totdat op het beroep is beslist.