ECLI:NL:RBDHA:2022:14909
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 27 september 2022 in Utrecht, waar verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak inmiddels is behandeld bij uitspraak van dezelfde dag onder zaaknummer NL22.16269, waardoor een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Om die reden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier T.R. Oosterhoff - Vos op 7 oktober 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.