ECLI:NL:RBDHA:2022:14915
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gewijzigde gezinsherenigingsbeleid met asielvergunning
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om bescherming tegen het gewijzigde beleid van de staatssecretaris op het terrein van gezinshereniging.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een soortgelijke zaak behandeld. Verzoeker stelde dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege het gewijzigde beleid. De rechter oordeelde echter dat dit niet voldoende was om spoedeisend belang aan te nemen, mede omdat verzoeker al een verblijfsstatus heeft en er geen sprake is van dreigende uitzetting.
De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak waarin hetzelfde standpunt van verzoeker werd verworpen en het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Gezien deze omstandigheden is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen het gewijzigde gezinsherenigingsbeleid is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.