ECLI:NL:RBDHA:2022:14915

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2022
Publicatiedatum
25 januari 2023
Zaaknummer
NL22.16961
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen gewijzigde gezinsherenigingsbeleid met asielvergunning

Verzoeker, van Syrische nationaliteit, heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om bescherming tegen het gewijzigde beleid van de staatssecretaris op het terrein van gezinshereniging.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een soortgelijke zaak behandeld. Verzoeker stelde dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege het gewijzigde beleid. De rechter oordeelde echter dat dit niet voldoende was om spoedeisend belang aan te nemen, mede omdat verzoeker al een verblijfsstatus heeft en er geen sprake is van dreigende uitzetting.

De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak waarin hetzelfde standpunt van verzoeker werd verworpen en het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Gezien deze omstandigheden is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen het gewijzigde gezinsherenigingsbeleid is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.16961
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 26 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.16960, op 12 september 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. C.T.W. van Dijk , als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen F. Kanaan.
Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt van Syrische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1971.
2. De voorzieningenrechter ziet zich in deze procedure allereerst voor de vraag gesteld of verzoeker spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
3. Verzoeker heeft ter zitting toegelicht dat er wel sprake is van spoedeisend belang. Het spoedeisend belang is gelegen in het inroepen van bescherming tegen het gewijzigde beleid1 van verweerder op het terrein van gezinshereniging.
4. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat er geen sprake is van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter ziet in de stelling van verzoeker dat hij met een asielvergunning op de a-grond beter beschermd wordt tegen het gewijzigde beleid van verweerder niet in waarom er sprake is van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter verwijst daartoe naar de uitspraak in het beroep van eiser waarin hij hetzelfde heeft aangevoerd, zaaknummer NL22.16960. De rechtbank heeft in die zaak eiser niet gevolgd in zijn stelling ten aanzien van het nieuwe beleid van verweerder en het beroep van eiser niet- ontvankelijk verklaard. Ook is er geen sprake van een situatie van dreigende uitzetting. Verzoeker heeft namelijk een verblijfsstatus. Aan hem is een asielvergunning verleend op de b-grond.
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.
1 Zie de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Voorzitter van de Tweede
Kamer ‘Brief besluitvorming opvangcrisis’ van 26 augustus 2022.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 september 2022

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.