Eiser heeft beroep ingesteld tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen heeft beslist op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 27 september 2021.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn uiterlijk op 27 december 2021 had moeten verlopen. Eiser heeft de Staatssecretaris op 21 april 2022 ingebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de Staatssecretaris binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft. De reeds vastgestelde dwangsom van € 1.442,- wordt bevestigd. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.